Voorkom tweederangsburgers, verhoog de taaleis niet 26 november 2020

Inburgering De nieuwe taaleis voor naturalisatie maakt burgerschap voor veel nieuwkomers onhaalbaar, schrijven Tamar de Waal en Sham Ahmed.

Illustratie Hajo
Het Nederlanderschap is iets om trots op te zijn en wat je moet verdienen. Deze zin stond al in het regeerakkoord van Rutte III. Nu is hij ook te vinden in de toelichting van het kabinet bij het plan de taaleis voor naturalisatie (het verkrijgen van burgerschap door migranten) te verhogen, van niveau A2 naar B1. Dit zijn termen voor taalniveaus die zijn afgesproken in Europees verband. Met A2 kun je communiceren in alledaagse situaties. B1 ligt flink hoger: het betekent dat je een ‘onafhankelijk gebruiker’ bent.

Tamar de Waal is rechtsfilosoof (UvA) en voorzitter van Stichting Civic.

Sham Ahmed is jurist, docent en onderzoeker (UvA) en werkzaam bij Stichting Civic.

Het nastreven van het hoogst mogelijke taalniveau voor alle inwoners van Nederland, dus ook voor nieuwe Nederlanders, is natuurlijk de juiste ambitie. Maar deze taaleis zal betekenen dat significante aantallen nieuwkomers geen Nederlands burger meer worden, hoewel ze wel permanente inwoners van ons land zullen zijn. Zo zal een groep tweederangsburgers worden gecreëerd: problematisch en onnodig.

De verhoogde taaleis voor naturalisatie hangt deels samen met het nieuwe inburgeringsstelsel dat, na veel uitstel, zal ingaan op 1 januari 2022. Dit zal met name (en verplicht) van toepassing zijn op vluchtelingen en gezinsmigranten. In dit stelsel wordt de taaleis om aan de inburgeringsplicht te voldoen in principe ook verhoogd naar B1. Tegelijkertijd staat de verhoogde taaleis juist haaks op de nieuwe inburgeringsplannen. Zo kunnen inburgeraars in het nieuwe stelsel een praktische ‘Z-route’ volgen om hun inburgeringsplicht te voltooien, bijvoorbeeld als zij analfabeet of moeilijk lerend zijn. Ook zal de optie bestaan de inburgering af te sluiten door de taalexamens te maken op A2-niveau, voor wie B1 niet haalbaar blijkt.

Weinig maatwerk
Deze gedifferentieerde aanpak is een reactie op de vernietigende evaluaties van de inburgering in Nederland. De Nationale Ombudsman, een wetsevaluatie door onderzoeksbureau Significant en wetenschappelijke studies concludeerden unaniem: er wordt te weinig ‘maatwerk’ geboden – oftewel, er wordt te weinig afgestemd op de capaciteiten en omstandigheden van individuele inburgeraars – en dat werkt averechts.

Dit maakt het plan de taaleis voor naturalisatie te verhogen naar B1 onverstandig. Het betekent, onder meer, dat de inspanningen van de ‘Z-route’ en ‘A2-inburgeraars’ om aan hun inburgering te voldoen niet meer tellen voor burgerschap: dat is alleen weggelegd voor de inburgeraars die het hoogste niveau halen. De rest kan wel in Nederland blijven, maar geen Nederlander worden.

Het plan is bovendien onbegrijpelijk in het licht van alle problemen met de inburgering afgelopen twintig jaar. Wéér worden wetenschappelijke inzichten en ervaringen uit de praktijk terzijde geschoven, om een politiek signaal af te geven dat migranten hun burgerschap moeten ‘verdienen’. Terwijl precies dát uitgangspunt ervoor gezorgd heeft dat het huidige inburgeringsstelsel zo ondermaats is, met alle gevolgen van dien.

Want wat zegt de wetenschap? Allereerst bestaat de sterke consensus dat de belangrijkste grondslag van de democratie is dat alle permanent ingezetenen burger kunnen worden, omdat iedereen inspraak (stemrecht) moet krijgen in de wetgeving die op haar van toepassing is. Dit is, in de academie althans, geen ‘progressief’ uitgangspunt: ook ‘conservatieve’ denkers als Michael Walzer onderschrijven dit met overgave. Walzer spreekt zelfs van ‘politieke tirannie’ als migranten in de samenleving aanhoudend geen burger worden.

PRAAT MEE MET NRC
Onderaan dit artikel kunnen abonnees reageren. Hier leest u meer over reageren op NRC.nl .
Portaal voor burgerschap
Een mogelijke tegenwerping is dat met de nieuwe taaleis voor naturalisatie burgerschap wel degelijk toegankelijk is voor alle migranten. Ze moeten alleen wel B1 halen. En als hun dat tijdens de inburgering niet lukt kunnen zij later, na meer studie, de examens alsnog halen. Maar onderzoek naar EU-landen waar de B1-eis al geldt – nog steeds een minderheid, maar dit aantal neemt wel toe – laat een ander beeld zien. Neem Duitsland: daar ligt het naturalisatieratio structureel lager dan in Nederland nu. Onderzoek toont ook dat ouderen, vrouwen, getraumatiseerde vluchtelingen en (met name) laagopgeleiden door dit soort taaleisen worden uitgesloten van burgerschap, vaak permanent. Zo laat een recente studie naar Denemarken zien dat de kans dat een laaggeletterde, vrouwelijke vluchteling twaalf jaar na binnenkomst kan voldoen aan de taaleis 2,5 procent is. Dit is zonde, aangezien naturalisatie positieve effecten heeft: genaturaliseerde migranten voelen, onder meer, een sterkere verbondenheid met hun nieuwe thuisland, zijn politiek actiever en hebben meer kans op werk.

Let wel, onderzoek laat óók zien dat participatie op de arbeidsmarkt beter gaat als taalniveau B1 gehaald wordt. Bovendien is dit taalniveau zeker haalbaar voor vele nieuwkomers. Sterker nog, als zij hoger opgeleid en relatief jong zijn, makkelijk leren en goed taalonderwijs krijgen, kunnen zij zelfs nog (veel) hoger halen. Adequaat, afgestemd en ambitieus taalonderwijs organiseren voor nieuwkomers, zodat zij hun potentie ten volle kunnen benutten, is daarom een uitstekend idee. Dit geldt overigens ook voor geboren Nederlanders. Taalniveaus zijn de afgelopen decennia gedaald; voor een kwart van de Nederlandse jeugd dreigt laaggeletterdheid.

Het kabinet staat daarom voor een belangrijke beslissing. Willen we een taaleis die fungeert als portaal voor burgerschap, die bepaalde groepen bij voorbaat uitsluit en bijdraagt aan een democratisch tekort? Of nemen we de lessen van twintig jaar mislukt inburgeringsbeleid serieus en zien we af van beleid waarvan we van tevoren al weten dat het negatief gaat uitpakken? Als we dat laatste zouden doen, dan zijn twee uitgangspunten cruciaal. Inburgeringsvereisten moeten afgestemd worden op de vermogens van nieuwkomers en effectief bijdragen aan een zo goed mogelijke start in Nederland. En burgerschap is geen privilege voor ‘de besten onder ons’ maar een democratisch grondrecht dat mensen toekomt op basis van hun waardigheid, langdurige aanwezigheid en bijdrage aan de maatschappij. Dát zou iets zijn om trots op te zijn.

christina-wocintechchat-com-Jp-X63-an8U-unsplash